De visie van Ten Hag: weg met de compromiscultuur

Waarom er bij FC Utrecht geen crisis was. Hoe de club al jaren boven haar stand presteert. Waarom de mind belangrijk is. Wat er fout gaat in de ontwikkeling van talent. Waarom de KNVB moet veranderen. Erik ten Hag (47) legt uit. ‘We hebben met z’n allen de winnaarsmentaliteit uit ons voetbal gesloopt.’

Het gesprek zou gaan over de toestand van het Nederlandse voetbal, het opleiden van spelers en de ontwikkeling van een team. Erik ten Hag heeft er zo zijn ideeën bij, maar na slechts één overwinning in de laatste zes wedstrijden leek er bij FC Utrecht even sprake te zijn van een kleine crisis. Totdat de club afgelopen zondag in De Arena Ajax versloeg. ‘Je hebt feiten en beeldvorming’, zegt de trainer van FC Utrecht. ‘Als je aan beeldvorming doet, zou je onze uitslagen van de laatste weken kunnen interpreteren als crisis, maar de feiten vertelden mij vóór Ajax al een ander verhaal. En ik ben een man van feiten.’

Wat zijn ze volgens u, die feiten? 
‘Dat succes te voet komt en te paard weer gaat. Vooropgesteld: alles wat ik zeg kan in de beeldvorming worden uitgelegd als excuses, maar als je – zoals jij vraagt – puur kijkt naar de feiten, hebben we nu meer punten dan vorig jaar, terwijl we een ander soort voorbereiding hadden vanwege de Europa League én we ook nog vier basisspelers zijn kwijtgeraakt: Sébastien Haller, Nacer Barazite, Wout Brama en Sofyan Amrabat. Een jaar eerder verkochten we al Ruud Boymans, Timo Letschert en Bart Ramselaar. Wat je dan vaak ziet bij subtoppers en dus ook bij FC Utrecht, is dat zoiets gaat wringen. We leven op een dun koord, hè. Wij hebben twee jaar op rij goed gepresteerd, vijfde en vierde geworden, de bekerfinale gehaald, maar met het achtste, negende budget in de Eredivisie. Als je die twee seizoenen optelt bij ons spel in het begin van dit seizoen voor de Europa League tegen Lech Poznan en Zenit Sint-Petersburg, en vervolgens vallen de resultaten wat tegen, dan gaat men zich afvragen wat er aan de hand is bij FC Utrecht. Nou, feitelijk niet veel, maar in de beeldvorming verkeerden we ineens in crisis. We zijn slachtoffer van ons eigen succes.’

Legt u eens uit.
‘Ik benoem alles zoals het is. Uit tegen FC Twente, AZ en VVV-Venlo voor de beker waren we ondermaats, ik ga dat echt niet goedpraten. Maar als ons spel wel in orde is, zeg ik dat net zo hard. Alles opgeteld spelen we vaker beter dan slecht met een elftal dat op een aantal posities gedwongen veranderd is. Zo kun je er ook naar kijken. Het is mijn taak mijn spelers die feiten voor te houden. Het gaat er nu om dat ze in hun mind weten hoe het daadwerkelijk zit. Dat er geen reden is voor paniek, maar dat we gewoon moeten blijven doen wat we altijd deden en dat alles dan echt wel goed komt. Wat dat betreft hebben we met die overwinning bij Ajax echt een mentale barrière doorbroken en een basis gelegd waarop we verder kunnen en moeten.’


IMG_5403

Uw Belgische collega Francky Dury van Zulte Waregem sprak begin dit jaar over de twee driehoeken van voetbal: technisch, tactisch en fysiek, de vorming van de speler. En relatie, gedrag en emotie, zeg maar de vorming van de totale atleet. Daarmee bedoelt hij de beïnvloeding van de mind van een voetballer. Hij stelt dat in die laatste driehoek nog veel winst is te boeken. Blijkbaar bent u het met hem eens.

‘Totaal! Kijk, dat we met FC Utrecht goed kunnen voetballen, hebben we al lang laten zien. Maar nu gaat het om het mentale, omgaan met de huidige situatie gekoppeld aan de hogere verwachtingen. Laten zien dat we mannen zijn. Als je dat kunt, zoals tegen Ajax, ben je goed op weg, maar ik wil het elke week zien. Dat is overigens niet alleen het probleem van FC Utrecht, hoor, ik denk dat het totale Nederlandse voetbal er last van heeft.’

Hoe werkt u aan de mind van voetballers?
‘Dat begint met karakters lezen, weten hoe de mens achter de voetballer in elkaar steekt. Als ik iemand zie spelen, kan ik op basis van hoe hij zich beweegt, reageert bij balverlies, een tegengoal of een overtreding, wel een beeld schetsen van hoe zo’n speler is. Als je dat weet, ga je daarop sturen in de begeleiding. Bij iedereen kies ik een afzonderlijke benaderingsmethode. Maar dan nog ben je er niet, hè. Je hebt ook te maken met het collectief, hoe al die karakters zich verhouden tot elkaar. Voor een wedstrijd kan ik zien hoe de vlag erbij hangt. Neem AZ-uit, een van onze minste optredens. Ik voelde in de kleedkamer al geen spanningsveld. We waren niet front foot, er zat geen geladenheid in. Tijdens de warming-up zag ik aan de manier waarop ze de ballen schoten dat het een moeilijke middag ging worden.’

Zo’n detail geeft veel prijs?
‘Hoe ze die bal raakten, niet vol, geen overtuiging, er zat niks achter. Terug in de catacomben voelde ik het weer. Iedere speler heeft zijn eigen manier van voorbereiden, de een plukt aan zijn sokken, de ander zit verstopt onder een handdoek. Zolang het goed gaat, geen probleem, maar als het wat minder loopt, blijven ze dat maar doen. Ik probeer die routines te doorbreken voordat ze een vorm van dwang worden. Als ze een keer niet onder die handdoek hebben gezeten, denken ze straks echt dat het daaraan lag. Zo creëer je een excuus voor falen.’

U voelt vooraf ook of het wel gaat lukken?
‘Niet of we winnen, wel dat we een goede wedstrijd gaan spelen. Vorig seizoen thuis tegen AZ, bijvoorbeeld, de finale van de play-offs. Toen voelde ik in de kleedkamer een instinct dat leek op de drang om te willen overleven. Ik zag energie, geladenheid en we bogen een 3-0 nederlaag uit de eerste wedstrijd om in een overwinning na strafschoppen. Als je praat over mindset was dat het perfecte voorbeeld. Mijn mooiste wedstrijd als coach. Tactisch klopte het, de uitvoering was perfect, maar vooral mentaal hebben we AZ helemaal geknakt. Pas in de 82ste minuut schoten ze voor het eerst op doel. Die finale hebben we in de mind gewonnen, net zoals zondag bij Ajax. Op zulke momenten ben ik echt trots op mijn spelers.’


De logische vraag is: waarom lukt het vaker niet dan wel om dat zo op te brengen?
‘Dat is dus mijn uitdaging. En die van de jongens. Dat we dat vaker kunnen oproepen dan we nu doen. Weer een voorbeeld: PSV-thuis, die 1-7 nederlaag. Een uur lang spelen we goed. Tijdens de rust kwamen de jongens binnen en keken we elkaar aan met een vragende blik van: Waarom staan we met 1-2 achter en niet met 3-1 voor? Ik heb ze gezegd zo door te gaan, dat we niet snel die gelijkmaker hoefden te scoren, maar dat we moesten oppassen voor de omschakeling van PSV. Kortom, zet niet de tent open. Wat doen we vervolgens bij die 1-3? Tent open. Daarna missen we twee grote kansen op de aansluitingstreffer en PSV klopt ons op een moment dat we vooraf hadden besproken: snelle ingooi, wij willen vastzetten, onze rechtsback was aangeslagen, Locadia loopt weg, krijgt de bal, goal. Dat was het kantelmoment. Ik zag spelers die daarna wilden overcompenseren en een paar die angstig werden. Alles stortte in elkaar. In onze mind waren we er niet meer bij en PSV straft dat af. Maar thuis tegen SC Heerenveen zat het daarna weer wel goed. Het is een kwestie van er de nadruk op blijven leggen, van eisen, eisen, eisen.’

Waarom slaagt het grote Bayern München er bijna wekelijks in mentaal sterk te zijn en heeft FC Utrecht er meer moeite mee, terwijl de spelers hier veel minder talentvol zijn en er dus harder aan zouden moeten werken?
‘Die vraag is wel een terechte. Ik heb me als trainer van de beloften in München echt verbaasd over de houding en instelling van spelers zoals Manuel Neuer, Philipp Lahm, Arjen Robben. Alles bereikt in hun carrière, maar als je dan zag met welke intensiteit ze trainden... Ongekend. Die zoeken letterlijk de grens op van hun vermogen, precies de essentie van topsport: grenzen verleggen en ze overtreffen. Cristiano Ronaldo is voor iedere voetballer een voorbeeld. Zijn kopspel, die afsprong en timing, daarin zitten duizenden uren training. Net zoals zijn schot en vrije trappen. Zo extreem talentvol zijn en het toch steeds kunnen opbrengen het maximale uit jezelf te halen. Dat onderscheidt top van subtop, maar kan de subtop weer onderscheiden van elkaar.’

Hoe krijg je dat in spelers van Eredivisie-niveau?
‘Door ze steeds maar te confronteren met de afspraken die je samen hebt gemaakt. Ik probeer bij spelers altijd te zoeken naar motivatie: wat wil je bereiken en hoe denk je dat te gaan doen? Quincy Promes wist bij Go Ahead Eagles al precies wat hij wilde en welke weg hij daarvoor moest bewandelen. Enorm ambitieus, die jongen. En dan nóg voer je elke dag een gevecht.’

Is het een teken van de tijd?
‘Natuurlijk, andere tijd, andere spelers. Persoonlijk kan ik nog steeds zo genieten van dat filmpje over Ruud van Nistelrooy, waarin hij zijn doelen opschrijft in een schriftje. Kwam helemaal uit hemzelf. Tegenwoordig maak je met spelers een POP, een persoonlijk ontwikkelingsplan. Tegenwoordig overorganiseren wij opleiders. We regelen toch alles voor (jeugd)spelers? We kauwen ze toch alles voor? Wat we ermee bereiken is een type speler dat onzelfstandig is. Als wij vroeger tegen een ploeg speelden die ineens met drie verdedigers opereerde, zag je de spelers meteen naar de kant kijken. Dan kon ik het als coach gaan organiseren. Nu zijn wij bij Utrecht wel zo ver dat ze zelf weten wat ze moeten doen in bepaalde situaties, maar dat ging niet vanzelf. Jonge spelers van nu stappen zo in een busje dat ze naar de club brengt. Daar kunnen ze bouwen op studiebegeleiders, diëtisten en weet ik veel wat nog meer.’

Vroeger was alles weer beter?
‘Ho, stop! Zeker niet, het was anders, maar er liepen wel meer karakters rond in het voetbal, doordat heel veel uit spelers zelf moest komen.’

Het is niet meer te veranderen.
‘Nee, en ik snap het nog ook. Als wij als FC Utrecht dat allemaal niet aanbieden, gaan ze naar AZ, SC Heerenveen, Vitesse of Sparta Rotterdam.’
Uw mentor Fred Rutten pleit juist voor meer instructie binnen de opleiding van spelers, omdat deze generatie in eerste instantie alles vanuit zichzelf beredeneert.
‘Fred zegt dat omdat het niet anders meer kan. Maar daarin schuilt meteen het gevaar. Je zou spelers toch ook zelf moeten laten nadenken en tot oplossingen laten komen? Tegelijkertijd besef ik heel goed dat zoiets steeds moeilijker gaat worden in de huidige maatschappij.’

Want alles wordt steeds individualistischer?
‘Sterker, ik zou het eerder egocentrischer willen noemen. Maar een voetbalelftal is juist een team dat alleen functioneert als het samenwerkt. Hoe krijg je al die individualistische karakters zo ver? Dat kan volgens mij alleen door ervoor te zorgen dat je een goede relatie hebt met je spelers en dat de jongens die onderling ook hebben. Om dat te bereiken hoef je niet samen op vakantie of te gaan paintballen. In mijn beleving begint teambuilding op het veld. Wij doen veel positiespelen en dan gaat het er vervolgens om hoe hoog je de lat legt. Wat eis je van spelers? En wat eisen ze van elkaar. Ik vraag focus en kwaliteit, juiste balsnelheid, juiste been inspelen, alles in beweging. We doen 4 tegen 2 plus 1, 6 tegen 2, 4 tegen 4 plus 3. Zo bouw je op van minder complex naar zeer complex. Als die spelers niet gefocust zijn, of ze doen maar wat, lopen die oefeningen niet. Dus zie je dat ze ermee bezig zijn, dat ze elkaar gaan coachen, stimuleren, motiveren en corrigeren. Dát is teambuilding. Door je manier van werken als trainer, je oefeningen en de eisen die je stelt, kun je een individualistische groep smeden tot een team. Maar dat vereist hard work. Als trainer moet je elke dag messcherp zijn.’

Heeft u als trainer het karakter van spelers zien veranderen?
‘Zeker, maar dat de generatie van nu heel egocentrisch is, kun je ze moeilijk verwijten. Om te overleven in deze maatschappij móéten ze wel zo zijn. Er is toch niemand meer die op ze let? Vroeger had je in Twente het noaberschap, dat was iets van de boeren. Had een boer ziekte onder zijn koeien, dan kreeg hij van andere boeren nieuwe zodat-ie aan het werk en in leven kon blijven. Ook met hooien hielpen ze elkaar en zo gingen ze gezamenlijk door het leven. In de grote steden had je vroeger toch hele buurten waarin iedereen elkaar hielp en op de kinderen lette? Er was toch geen deur op slot? Jan Terlouw had daarover vorig jaar een heel mooi verhaal, over het touwtje dat nu nergens meer uit de brievenbus hangt. Ik ben het zo met hem eens, maar het kan niet meer. Als je dat nu doet, halen ze je hele inboedel weg. De wereld is totaal veranderd. Maar is het ook meteen in zijn totaliteit slechter geworden?’

Zegt u het maar.
‘Nou, ik heb over de instelling van deze generatie spelers geen klagen, intrinsiek zijn ze niet lui. Ik ken er genoeg die uit zichzelf voor zichzelf gaan trainen. Schaven aan techniek, kracht, draaien, wenden en keren, eerste meters. Probleem is alleen dat als ze dat buiten de club gaan doen, je er geen grip meer op hebt. Dan is de kans groot dat ze foute prikkels krijgen. Dus moet je die trainingen als club zelf aanbieden.’

U traint hard.
‘Ik train lang, maar niet per se hard. Afhankelijk van de programmering, fase en/of het accent ook kort en zeer intensief. Maar wat is dat, hard? Ik werk aan mijn ploeg en dat is een proces dat nooit af is. Elke dag is er ruimte voor verbetering en waar doe je dat als voetballer? Op het veld. Prijzen worden gewonnen op het trainingsveld.’

Volgens Fred Rutten hebben we in Nederland de periodisering leidend gemaakt in het trainen van voetballers. We zijn minder gaan doen, maar verwachten meer resultaat, dus moeten we harder werken om iets te bereiken. Peter Bosz op zijn beurt vindt het weer een ‘lulverhaal’ en stelt dat het gaat om de kwaliteit en intensiteit van trainen. Die krijg je niet door harder te trainen, maar met betere spelers te trainen.

‘Maar hoe krijg je die betere spelers? Je moet dit wel bekijken per ploeg. Een team dat speelt in de Champions League dient anders te worden geprogrammeerd dan een ploeg die alleen in het weekeinde een wedstrijd heeft, of een beloftenteam of jeugdploeg. Spelers in de pubertijd kun je niet dezelfde prikkels geven als volwassen voetballers, want ze zitten in de groei en je vergroot het risico op blessures.’

Dus spelers die vanuit de jeugd de overstap maken naar een eerste elftal moet je een aangepast trainingsprogramma aanbieden?
‘Kijk, daar zit ’m dus de denkfout. Juist op die leeftijd, zeg maar vanaf hun zeventiende, kun je dat soort spelers maximaal belasten. Zij zitten in de laatste fase van hun fysiologische ontwikkeling. Precies dan kun je qua coördinatie geweldige stappen maken, in je eerste aanname, je wegdraaien, je manier van vrijlopen. Ze moeten in die fase qua omvang ook juist veel meer doen dan het eerste elftal. Op het moment dat ze daar gaan meetrainen, is de intensiteit hoog, maar de omvang – het aantal trainingen – gaat omlaag. Als je dan geen inhoud hebt, moet je lossen.’

Toch gewoon meer doen dus?
‘Absoluut en dat is ook te beredeneren. Kijk naar de Nederlandse jeugdteams. Tot Oranje Onder-17 doen we mee met de top, daarna is er een groot probleem. Dat ligt aan een aantal factoren, zoals competitiehardheid. Er is te weinig weerstand. Kun je niet altijd iets aan doen. De Eredivisie is economisch zo gedevalueerd dat de beste spelers te snel vertrekken, maar dan heb je nog de beloftenteams. Vanaf 2006 hebben wij er als CBV voor gestreden om die in de voetbalpiramide te krijgen. En nu we dat voor elkaar hebben, werpen we weer zelf een barrière op doordat clubs niet kunnen degraderen uit de Jupiler League. De amateurclubs blokkeren dat, terwijl het zo slecht is voor het Nederlandse voetbal. De top van het amateurvoetbal wil wel winnen, maar niet promoveren vanwege de kosten en procedures die dat met zich meebrengt. Daar moet echt een oplossing voor worden gevonden, met hulp van de profclubs. Beide stromingen zijn namelijk met elkaar vervlochten en zouden moeten samenwerken. Ik vind het een van de redenen dat we achterop raken ten opzichte van het buitenland. We hebben hier jarenlang een Eerste Divisie gehad met een aantal clubs waar winnen van ondergeschikt belang was, want promoveren of degraderen zat er toch niet meer in. In zo’n sfeer groeien spelers dan op: olympische gedachte. Ze hoeven niet tot het uiterste te gaan. Ik heb net uitgelegd wat topvoetbal behelst: grenzen verleggen en eroverheen gaan. Die prikkel is verdwenen, de uitdaging is weg.’

Beloftenteams in de piramide heeft op die manier weinig zin.
‘Alleen voor de clubs die erin spelen. Jong AZ heeft vorig jaar in de Tweede Divisie echt gestreden voor de titel en kijk nu hoe daar die spelers zich ontwikkelen in het eerste team. Toen wij de mogelijkheid hadden met Jong FC Utrecht te promoveren naar de Jupiler League, hadden we er niet eens de financiële middelen voor. En toch hebben we er een prioriteit van gemaakt. Ook wij plukken nu de revenuen. Gyrano Kerk, Nick Venema die vanuit Jong bij ons komt en scoort. Niet alleen daardoor, maar op jonge leeftijd heeft hij wel weerstand gehad op een hoog niveau. Moet je dan kijken naar het profijt voor het Nederlandse voetbal op de lange termijn: rijpere spelers op jongere leeftijd.’

De realiteit is: vier beloftenteams in de Jupiler League, een in de Tweede Divisie en de rest nog lager, of ze spelen een onderlinge competitie omdat ze niet allemaal voor de piramide hebben gekozen.
‘Ja, maar dat is ook precies het grote probleem. Reken even mee, en ik hou het ruim aan: vijftien spelers per club bij de beloften betekent zestig in de Jupiler League en vijftien in de Tweede Divisie: 75 spelers die wekelijks hun weerstand krijgen. De rest zit eronder, op geen niveau. Dat betekent dat je een hele generatie kunt weggooien. We leiden veel te smal op.’

Wat is de oplossing?
‘Tien jaar geleden hadden de beloftenteams al in de piramide gemoeten, maar dat is niet meer terug te draaien. Wat je nu wel nodig hebt, is een open systeem van promoveren en degraderen. Maar ja, vernieuwingen, altijd lastig. Mensen willen niet beredeneren waarom het wel zou moeten. Ik hang dit verhaal toch niet op voor mezelf? Ik denk aan het belang van het Nederlandse voetbal! We hebben nu zo veel beloftenspelers die niet goed worden opgeleid of in ieder geval zonder weerstand. Dat kan toch niet? Elk jaar dat we het op deze manier doen, verspillen we talent.’

Hoe valt het dan uit te leggen dat bijvoorbeeld Feyenoord en SC Heerenveen er niet voor kozen in te stromen in de piramide?
‘Is niet uit te leggen. Zij hadden blijkbaar niet het strategische inzicht om te kunnen bedenken wat voor invloed het zou hebben op de ontwikkeling van het Nederlandse voetbal. Welke weerstand krijgen de talenten daar nu dan nog? Ik vind het onbegrijpelijk en funest.’

U was trainer van Bayern München II in een open structuur.
‘Daar heb ik gezien dat het werkt. Over weerstand gesproken. Moesten we naar Würzburger Kickers. Flinke club in een grote stad met erachter een rijke sponsor. In die Regionalliga zitten grote clubs. Maar ook een Buchbach, een club in een boerendorp. Paar oud-profs gecombineerd met locals op een vreselijk slecht en klein veld met toeschouwers die intimideren. Probeer daar maar eens te winnen. Dan moet je aan de bak, strijden voor elke meter grond. Als jonge speler krijg je zo veel weerstand, je ziet zeontwikkelen.’

Duitsland is groter dan Nederland, die competitiestructuur kan toch niet een-op-een hier?
‘Dus zouden we ’m hier moeten aanpassen. Ik ben voorstander van zestien clubs in de Eredivisie en zestien in de Jupiler League met verplichte promotie en degradatie en de beloftenteams die tot in maximaal de Tweede Divisie kunnen spelen. Ja, dan kan een club zoals IJsselmeervogels in de Jupiler League spelen, maar wat geeft dat? Sterker, het zou juist de intentie moeten zijn van de ambitieuze amateurclub. Maar in Nederland hebben we een cultuur gecreëerd van de derde helft. Gezellig en onder elkaar is net zo belangrijk, maar dan praat je wel over recreatiesport.’

Daar ligt de uitdaging voor de nog te benoemen technisch directeur van de KNVB?
‘In tweede instantie. Eerst ligt het aan de KNVB zelf. Door hoe de bond nu is gestructureerd, kun je niks veranderen. Ik ben hoofd opleiding geweest, heb met de KNVB te maken gehad en dan praat je niet over korte lijnen. Alles gaat via commissies, bestuurders en kaders. Nederland is het land van compromissen, de KNVB is de bond van compromissen. In voetbal stokt dan de ontwikkeling. Er gebeuren intussen de meest vreemde dingen. Nu heeft de KNVB weer bedacht geen gebruik meer te maken van scheidsrechters bij de jongste jeugd. Maar hoe werkt dat dan opvoedkundig? Talenten moeten toch leren gezag te accepteren en om te gaan met de beslissingen van zo’n man? Wat ik hoor, is dat er ook geen standen meer worden bijgehouden, want jongetjes zouden weleens gedemotiveerd kunnen raken als ze onderaan staan. Tel wat ik zeg allemaal bij elkaar op: het competitiemodel met de olympische gedachte, geen scheidsrechter, geen standen meer bij de jeugd… Hoe ga je dan ooit een winnaarsmentaliteit krijgen? Wie bedenkt zoiets? We zijn doorgeslagen in het sociale aspect en de gedachte dat alles maar leuk en gezellig moet blijven. Een probleem: zo kweek je geen karakters. Dat zie je dan in de samenleving terug. Bij een amateurclub word je mede opgevoed, je leert er sociaal zijn, je wilt er – samen – iets bereiken, dus moet je tegenslagen overwinnen, grenzen verleggen, discipline krijgen. Voetballen bij een club is als het leven zelf. Als je dan niet op de goede manier gevormd bent, helpt dat niet mee. Wat voor samenleving creëer je dan? Echt, de winnaarsmentaliteit hebben we met z’n allen de afgelopen jaren uit ons voetbal gesloopt.’

Vindt u dat de bond de clubs iets mag opleggen? In Engeland eist de FA bijvoorbeeld meer trainingsuren voor de jeugd. De KNVB zou daarmee iets kunnen in certificering van de opleiding: wie er niet aan kan of wil voldoen, krijgt geen ster.
‘Die vorm van certificering is er al, ze werken nu met een ander model. Maar zoiets zou best kunnen. Alleen, begin nou gewoon eerst eens intern bij de bond zelf. Verander de structuur en de besluitvormingsprocessen. Zet daar mensen neer met visie en draagvlak die een strategie uitrollen om de zaken naar hun hand te kunnen zetten. De clubs moeten die personen aanstellen en ze een bepaalde periode de ruimte geven.’

Wie moet de verandering in gang zetten?
‘Ik denk dat Louis van Gaal de aangewezen td is en dat-ie het nog wil doen ook, mits hij carte blanche krijgt. Nu weet hij ook dat hij in de huidige situatie niets kan veranderen. Dus geef zo iemand de vrije hand en verander. Dan geloof ik dat het Nederlandse voetbal op termijn wel weer leidend zal zijn.’

r ligt een rapport: Winnaars van morgen. Wat moet daarmee dan gebeuren?
‘Er zitten best goede elementen in. De conclusie was dat we fysiek en mentaal anders moeten gaan trainen, maar dan halen ze het winnen en verliezen weg bij de jongste jeugd. Ik kan dat niet rijmen, ik zie geen verband. Wie me het kan uitleggen, is van harte welkom. Daarom is er snel een technisch directeur nodig bij de KNVB die kan ingrijpen als ze met zulke ideeën op de proppen komen.’

Niks voor u?
‘Ik ben nog veel te veel trainer en heb nog steeds mijn handen vol aan FC Utrecht. Maar dat neemt niet weg dat de ontwikkeling van het Nederlandse voetbal me aan het hart gaat. Ik voel als trainer de verantwoordelijkheid er over mee te denken.’

Bron: VI

FC Utrecht - Excelsior

Zo 19-11-2017 - 14:30 uur
Stadion FC Utrecht

FC Utrecht
Excelsior Rotterdam

Sparta Rotterdam - FC Utrecht
Zondag 26 november 2017 - 14:30 uur

PEC Zwolle - FC Utrecht
Vrijdag 1 december 2017 - 20:00 uur

Word nu lid van de supportersvereniging FC Utrecht